Selecteer een pagina

Ik schreef het al eens, onderzoekers weten alles.
Of althans dat denken we soms, vaak, te vaak…

Ja, ik heb het weer over beeldvorming.
Ik wil er nog even op doorgaan. Want de kinderen hebben er behoorlijk last van.

Onderzoekers weten alles, zijn ze gek geworden of zo?

Uit mijn eerste deel van het gesprek bleek ook al het volgende:

Onderzoek doen = proefjes uitvoeren

Als ik de ideeën even samengevat komt het dus op het volgende neer:
Onderzoekers weten hoe een proefje gaat verlopen en begrijpen ook direct wat er gebeurt en waarom.

Waarom, in vredesnaam, zijn er dan nog onderzoekers?
We vragen het de kinderen!

“Saaie baan dan, onderzoek doen.”

“Hoezo dan?”

“De onderzoekers weten alles en doen steeds proefjes, wat dus het volgen van een recept is, dan gebeurt er steeds wat je al verwacht. Dat lijkt mij best saai hoor.”

“Maar, als het ontploft toch niet?”

“Dat weet ik niet hoor. Ook als je al van te voren weet wat er gaat gebeuren? Ik vind het dan niet echt een verrassing. Niks spannends aan.”

“Ja, ik denk het ook! Want toen ik na school bij een clubje van de BSO was deed ik de hele tijd alleen maar proefjes en dat was saai. Ik mocht helemaal niks zelf proberen, dat was de regel. Dat vond ik niet leuk hoor.”

“Heb je er wel wat geleerd?”

“Een beetje. Ik weet wel wat er gebeurt. Waarom het gebeurt weet ik dan weer niet. Maar de juffen daar weten trouwens ook niks! Ze kon het niet eens uitleggen, zij was vast niet de onderzoeker.”

“Want als ze de onderzoeker was geweest had ze het wel geweten?”

“Ja, tuurlijk!”

“Maar hoe zou ze het dan geleerd hebben?”

“Ze zou van alles geprobeerd hebben en getest en dan leer je hoe alles werkt. Dan ontdek je nieuwe dingen.”

“Maar is dat dan niet onderzoek doen?”

“Nieuwe dingen ontdekken?”

“Ja?!”

“Ja, misschien is dat het wel. Oh ja, nu denk ik dat ik weet hoe het zit! Als je iets ontdekt kun je er daarna een proefje van maken.”

“Je ontdekking kun je dan in een soort proefjesrecept schrijven, bedoel je het zo?”

“Ja!”

“Maar weten onderzoekers dan alles?”

“Nee, dat kan nooit. Je kunt altijd nog nieuwe dingen ontdekken. Het zijn ontdekkers juf, ja zo is het!”

56 weten wetenschap en technologie onderwijs

“Ik vind jullie ook ontdekkers.”

“Echt juf, vind je dat? Maar wat ontdekken wij dan.”

“Hebben jullie niet net nog met de waterpomp bij de zandbak gespeeld? Gingen jullie niet proberen de langste rivier te maken?”

“Ja”

“Ik denk dat jullie wel wat ontdekt hebben over water de zand. Jullie weten nu vast meer dan voor het spelen.”

“Ja, het water ging eerste helemaal niet de kant op die wij wilde. Het werd eerst een meer en daarna stroomde het naar links, ik denk omdat het daar lager was.”

“Heb je dat toevallig ontdekt of was je dat van te voren van plan?”

“Nee, tuurlijk niet juf!”

“Zijn onderzoekers dan steeds aan het spelen en ontdekken ze zo nieuwe dingen?”

“… Nee, dat is raar.”

“Hoe gaan ze dan aan het ontdekken?”

“Wacht! Ze weten helemaal niet alles! Ze weten juist dingen niet! Ze willen weten! Zo gaan ze ontdekken, ze hebben een vraag!!!”

Yes! Weer een beeld wat begint af te brokkelen!

Meer lezen:

Best schrikken! Als je kinderen vraagt wat onderzoek doen is

Roze, het begin van de wetenschap

Verwondering inplannen, 8 mogelijkheden

 

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief