Selecteer een pagina

In dit artikel vind je het volgende:

  • De doelen voor het opstellen van een onderzoeksplan
  • De basiselementen die niet mogen ontbreken

De 3 doelen bij het opzetten van een onderzoeksplan

In de twee fases voor het opzetten van een onderzoeksplan (de introductie en verkenning) is het onderwerp uitgebreid aan bod gekomen en is de nieuwsgierigheid aangewakkerd.

De leerlingen zijn vooral divergent bezig geweest (ze hebben alle kanten op gedacht) en moeten zich nu gaan focussen, ook wel convergent denken genoemd.

Daarbij zijn de volgende doelen belangrijk. Doel 3 wordt nog wel eens over het hoofd gezien. Dat kun je jammer vinden natuurlijk, want dan ontdek je achteraf dat je geen goede onderzoeksresultaten hebt om te kunnen presenteren. Maar ik denk dat het voor kinderen prima is om al doende te ontdekken dat je niet aan dit doel gedacht hebben.

Doel 1 Het formuleren van een onderzoeksvraag.
Doel 2 bedenken wat ervoor nodig is om het antwoord te vinden op de onderzoeksvraag.
Doel 3 Stilstaan bij wat er nodig is om achteraf goede conclusies te mogen trekken (eerlijk onderzoek met een controle groep, gegevens bijhouden, goed meten)

Deze 5 onderdelen moeten in ieder geval op het onderzoeksplan staan

1 De Onderzoeksvraag

vragen kinderen wetenschap en techniek onderwijs

Het belangrijkste element van het plan kun je wel zeggen. Een goede vraag geeft richting aan de rest en bakent als het goed is ook af. Het is namelijk ook heel goed om te weten wat er NIET moet gebeuren.

Andere goede, leuke, interessante vragen moeten worden geparkeerd.

Dit onderdeel wordt door zowel leerlingen als leerkrachten (en door wetenschappers ook trouwens) als behoorlijk lastig ervaren. Daarom is het goed om bij dit onderdeel wat tips achter de hand te houden. Het vragenmachientje begint ook steeds meer gebruikt te worden.

Het kan handig zijn om de eerste (paar) keer klassikaal tot één of meerdere onderzoeksvragen te komen.

2 De onderzoeksopstelling of onderzoeksmethode

Dit onderdeel draait om de vraag hoe het onderzoek eruit gaat zien. Wat gaat er precies gedaan worden? En met precies bedoel ik ook echt zo precies mogelijk. Iets wat best lastig is. Een goede vraag daarbij is of iemand anders je methode kan nadoen met behulp van alleen je omschrijving.

Tip: Als er verschillende onderzoeken worden uitgevoerd dan is het een goede werkvorm om elkaars onderzoeksmethode door te nemen. Stel dat jij dit onderzoek zou moeten uitvoeren: Welke vragen heb je dan nog?

De grootste valkuil bij dit onderdeel is dat de methode niet duidelijk genoeg omschreven wordt. Hierdoor kan er binnen een onderzoeksgroepje verwarring of zelfs ruzie ontstaan. Dit is in het begin bijna niet te voorkomen kan ik je vertellen. Blijf vooral rustig en bespreek waar het misverstand vandaan kwam.

Je kunt er ook voor kiezen om als leerkracht zelf de onderzoeksmethode aan te dragen. Zo voorkom je dit probleem.  Alleen leren de kinderen zo alsnog niet waarom de methode zo precies moet worden omschreven. Ze weten niet hoe het mis kan gaan… (fouten maken is toch echt wel nuttig)

En je bent in dat geval ook al het werk zèlf aan het doen!

Optioneel bij de onderzoeksmethode:

Taakverdeling

Het kan handig zijn om de kinderen te laten nadenken over de taakverdeling tijdens het uitvoeren van het onderzoek. Zo worden ze zich bewust van het feit dat ze allemaal wat moeten bijdragen. Als leerkracht kun je ze er ook op aanspreken als er tijdens de uitvoering een leerling niks aan het doen is.

3 Materialenlijst

chemie scheikundeles

Dit onderdeel is vrij duidelijk. Wat is er nodig aan spullen? De enige aanvulling die ik wil doen is: welke ruimte is er nodig?

Is er bijvoorbeeld een rustige kamer nodig om proefpersonen een test te laten doen? Dan is het wel handig om die te reserveren!

4 Onderzoeksresultaten bijhouden

Hoe willen de kinderen dit gaan doen? Hebben ze überhaupt in de gaten welke gegevens straks belangrijk gaan zijn?

Het kan handig zijn om de kinderen een onderzoeksrapport te laten bijhouden waarin lege tabellen en ruitjes papier voor een grafiek zitten. Natuurlijk kan in dit rapport het onderzoeksplan worden opgenomen.

5 Hypothese

voorspellen wetenschap en techniek onderwijs

Leg dit woord goed aan de kinderen uit: het gaat om je voorspelling. Vaak wordt er gewerkt met de invulzin: Als …. , dan ……

Bijvoorbeeld: Als ik de suiker door het water roer, dan zal de suiker niet meer te zien zijn.

Het gaat er dus om dat de kinderen bedenken wat zal gebeuren tijdens het onderzoek. Het is belangrijk om na te denken over je voorspelling en dit mag geen willekeurig ingevulde zin zijn. Je gaat hierbij na wat je weet en verbindt deze informatie aan je onderzoek. Deze stap vraagt om logisch redeneren.

Bedenk wel dat de kinderen minder achtergrondkennis hebben om hier logisch over na te denken. Let op dat je niet al te verbaast reageert op een voor jou vreemde hypothese. Via vragen kun je er wel achter komen waar de hypothese op gebaseerd is. Zo weet je of er wel een goed gedachtenproces onder ligt.

Optioneel bij de hypothese: Voorkennis

Om het formuleren van een goede hypothese te ondersteunen kan er via de stap: Wat weet je al, bewust stil gestaan worden bij de activatie van de voorkennis.

Dit onderdeel kan je ook in een gesprek laten plaatsvinden.

Lees meer:

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief