Ik sta positief tegenover de natuur. Hoe dan precies? Ik word blij van regenwormen in mijn tuin, til ze ook met liefde op. Ik zet mijn snoeiafval in een vaas zodat ik de knoppen open kan zien gaan. Ik ontdoe mijn huis regelmatig van dode muizen, zwarte haren en kattenkots, zodat mijn kinderen met een dier opgroeien. En ik laat mijn koolplantjes helemaal kaalvreten voor de rupsen van het koolwitje. Sterker nog, daarom staan die koolplantjes er, voor de Koolwitjes!

Niet alleen bij mij thuis vindt dit proces plaats, ook in de klas staan er een aantal koolplantjes te wachten tot ze gevoerd gaan worden. We hebben namelijk eitjes en rupsen per post(!) ontvangen. Het eerste koolplantje ziet er al behoorlijk ongezond uit.

 

“Moeten we dat plantje niet redden? Hij heeft vast wel pijn toch?”

“Nee, die is niet meer te redden. We offeren hem op voor het leven van onze Koolwitjes. We moeten kiezen hoor.”

 

De kinderen zitten regelmatig in groepjes voor de grote bak in de klas (speciaal door een ouder gemaakt voor de klas, ideaal) de kinderen observeren en tellen. Ik vang regelmatig bijzondere gesprekken op. Het herinnert mij aan vroeger. Ik zat zelf in de bovenbouw toen we koolwitjes in de klas hadden. Ik kan het mij nog erg goed herinneren.

 

“Die daar eet van het blaadje waar de eitjes op liggen, dan hebben die niks meer al ze geboren worden!”

“Echt niet leuk, net mijn broer!”

“Ja, precies.”

 

Plantjes die pijn hebben, rupsen die niet voor hun soortgenoten zorgen en kleintjes die geboren worden. We hebben veel biologiegesprekken. Wat komt er uit een ei? Wat is leven en dood? Levenloos komt ook om de hoek kijken. Wat hebben rupsen en vlinders eigenlijk nodig en is dat wel hier in de stad? Wat zien rupsen eigenlijk en hoe worden ze een pop? Rupsje Nooitgenoeg is ineens niet kinderachtig meer.

 

Er stapt een collega de klas in. Zijn handen zijn tot een kommetje gevouwen.

 

“Zeg is deze hier van jullie?”

“JA! Hoe kan dat nou?”

“Nou jongens, hij liep helemaal bij groep zes.”

“ECHT! Wow, maar de deksel zit er toch op? Dat kan helemaal niet. We moeten ze weer tellen.”

 

Er wordt uiteindelijk een ontsnappingsroute ontdekt en gedicht. De rups heeft het wonderbaarlijk genoeg overleefd. Na een tijdje komen er steeds meer poppen in de bak.

 

“AAHH! Hij bewoog, ik zag het echt, die daar bewoog. Hij leeft!”

“Dat moet toch ook?! Anders wordt het een dode vlinder.”

“Oh ja. Maar ik schrok echt hoor.”

Koolwitjes wetenschap en techniek onderwijs

En dan moet je ze vrijlaten… De bak moet van zijn plek (mooie bak, beetje zwaar) We gaan naar het dakterras. De hele klas houdt zijn adem in als de eerste vlinder de vrijheid invliegt.

 

“Daaag, veel plezier!”

“Succes”

“Wat gaat hij hoog zeg.”

“Daar gaan de anderen!”

 

Leren loslaten, kleine rupsen worden vlinders!

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief