“Juf, ik heb jeuk.”

“Oh, dat is vervelend. Heb je een muggenbult?”

“Nee, ik heb van die kaartjes.”

“Kaartjes? Wat bedoel je daarmee?”

“Van die kaartjes die in kleren zitten. Waarom zitten die er eigenlijk? Ik vind ze lastig!”

“Goede vraag.”

We zitten al in de kring en ik wilde net beginnen met het voorlezen van een prentenboek. Nu lukt dat natuurlijk niet meer.

Want,

Iedereen zit met zijn kleren binnenstebuiten!

‘Ja, juf ik heb ook van die kaartjes.”

“Ik ook, maar die van mij jeuken niet.”

“Hier zit nog een stukje, mijn mama knipt ze er altijd uit.” (dit wordt gezegd met grote teleurstelling, weg kaartjesonderzoek…)

Natuurlijk wil ik best dat de kinderen er fatsoenlijk uitzien. Alleen is dit nu niet het moment om over goed aankleden en niet frunniken en friemelen te beginnen. In plaats daarvan vraag ik waarom die kaartjes in de kleren zitten.

“Daar staat je maat op juf. Kijk er staat 30.”

“Bij mij staat er 100!”

“Ik zie heel veel woorden.”

“Ik ben 6 en ik zie ook een 6! Dan mag ik hem dragen!”

“Juf, wat is een 1, een 2 en een 8?”

kleren wetenschap en technologie onderwijs

De kinderen komen een hoop getallen tegen.

De meeste hebben helemaal niks met elkaar te maken. Ik hoor getallen van wasvoorschriften, kledingmaten en ik denk ook percentages van de gebruikte materialen.

Ik besluit een aantal getallen te verzamelen op het bord en daarbij niet alleen de getallen maat ook de bijbehorende plaatjes en tekens te noteren. Zo kunnen we uiteindelijk de getallen ordenen in drie categorieën:

De wasvoorschriften: “De 30 zit in een soort vierkantje met een golfstreepje aan de bovenkant. Maar het vierkantje is wel scheef.”

De percentages gebruikte stof: “Achter de 100 staan twee bolletjes en een schuin streepje.”

De kledingmaten: “Ik heb alleen een 116.”

Ik vertel de kinderen nog niet wat het allemaal betekent.

Ik stel wel de volgende vervolg vragen:

(de eerste behandel ik direct, de rest volgt later)

1 Is onze kleding van dezelfde stof gemaakt?

De kinderen voelen in drietallen aan elkaars shirt en broek en ervaren dat deze niet hetzelfde voelen. Daarna besturen ze de woorden die bij de percentages staan, zijn die hetzelfde? Welke wel, welke niet? Klopt dat met wat je voelt?

Zo kan ik als vanzelf de koppeling maken naar verschillende soorten stoffen

kleren wetenschap en technologie onderwijs

2 Wat kan het vierkantje met een golfje aan de bovenkant allemaal zijn?

De kinderen mogen werkelijk alles verzinnen. Ze hebben het plaatje van mij op een A4tje gekregen en mogen hun fantasie de vrije loop laten. Ook het juiste antwoord zal er wel tussen zitten. Maar wat een leuke  andere dingen verzinnen de kinderen nu ook: een bliksem, een plantenbak, een huis, een rokje, een kapot winkelwagentje, een zwembad, een boot. Een bak water zit er ook tussen.

Wat heeft een kledingstuk te maken met een bak water? De kinderen komen zo bij wassen en ik maak de koppeling naar de water temperatuur.

3 Hoe lang zijn jullie en welke maat hebben jullie?

Tijdens het werken leer ik de kinderen hoe ze elkaar kunnen meten en noteren we de lengtes. Welke kledingmaat ze hebben laat ik ze thuis met hun ouders bespreken (weten ouders gelijk waar we mee bezig zijn op school). De meeste kinderen doen dit ook. Bij de rest kijk ik even.

Maar wat raar, de meeste kledingmaten komen toch net niet overeen met de lengtematen! Een enkeling is wel net zo lang. Maar er zijn ook kinderen die een combinatiemaat hebben. Waarom zou dat zijn? Waarom hebben ze in de winkel niet van elke lengtemaat een bijpassende kledingmaat?

Tja, waarom?

“Maar dat zijn heel veel maten juf! Dat is toch niet handig!”

“Oh nee? Vertel eens”

Lees verder:

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief