Selecteer een pagina

“Zo, waar willen jullie mee beginnen?”

“Maakt mij niet uit, doe maar wat. Ik weet van al die dingen toch niet hoe het werkt hoor.”

“Dat hoeft toch ook niet?”

“Nee, dat is waar. Maar ik heb hier echt geen verstand van hoor. Ik ben niet technisch.”

“Pak dan maar gewoon wat uit de kist.”

Volwassen die voor het eerst met ICT-materialen uit de leskist aan de slag gaan. Het voelt wat onwennig, het is stiekem een beetje spannend. Daarnaast hebben ze in eerste instantie vaak helemaal geen interesse in het materiaal.

En

Ze dekken zich vast in.

“Ik heb hier geen aanleg voor hoor.”

“Ik ben geen techniektalent.”

Zo van: Je moet aan mij niet vragen dit even te demonstreren.

Lieve mensen, alsof ik je dat zou durven vragen!

Het zit in je hoofd

Dat idee dat je alles moet begrijpen.
Het idee dat je een supermens moet zijn, die direct alle juiste knopjes indrukt
Dat idiote idee, dat je dom bent als je nog aan het leren bent…

En tegen anderen zijn we vaak heel lief. We vinden het logisch als het niet gelijk lukt. Iets voor het eerst doen, betekent fouten maken.

“Moet deze dan hierop?”

“Probeer maar. Dan merk je het vanzelf.”

“Oh, oké….. hè nee, sorry hoor, hij moet toch andersom!”

“Joh dat geeft toch niet. Dan weet je dat nu toch?”

Dit tegen een ander zeggen gaat vaak nog wel.

Maar waarom laten we zelf niet graag zien dat we leren en ontdekken?

Is dit niet juist de houding die we willen zien bij de kinderen?

Laat zelf eens zien dat je (met je handen) leert!

En

Dan zal ik het zelf ook proberen, oké?

Zet eens een apparaat in je klas, een Beebot bijvoorbeeld of de Probot. Juist zonder te weten hoe hij werkt. Hoe pak je het leren aan (samen met de kinderen)? Welke vragen stel je jezelf, welke hulpmiddelen zet je in?

Probleemgestuurd onderwijs: We hebben een leuke robot, maar weten niet hoe hij werkt!

fouten wetenschap en technologie onderwijs

En dan nog een puntje van aandacht

Laat een ander zijn eigen fouten verbeteren.

En als je een kind (of collega) een onderdeel verkeerd ziet vastmaken, moet je daar dan echt direct wat van zeggen?

Ik heb bij het leesonderwijs de 5-seconden regel geleerd. Dit betekent:

Wacht minimaal 5 seconde voordat je een kind een vraag stelt over wat hij heeft gelezen. Voorbeeld vragen: Klopt die zin wel? Staat dat er echt? Is dat een bestaand woord?

Mensen die zichzelf leren verbeteren leren om te leren.

Daarom:

Ga op je handen zitten en hou je lippen stijf op elkaar.

Mocht het toch nodig zijn om in te grijpen, doe dat het liefst met een vraag:

Gebeurt er nu wat je in je hoofd had?
Was je dit van plan?
Klopt dat getal?

Fouten hoeven niet a la minute rechtgezet te worden. Waardeer ze voor wat ze betekenen in het leerproces.

Lees meer:

verwonderingskaartjes merel sprong onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpend leren

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief