Selecteer een pagina

“Wat moeten we doen?”

“Je moet het water en de bloem bij elkaar doen zei de juf toch!”

“Maar hoe moet dat?”

“Kijk zo.”

Het hele bekertje water wordt bij het bakje met bloem gegoten.

Prima, was inderdaad precies de bedoeling.

Ik zit zogenaamd te werken vlak naast deze kleuters en ik ben Oost-Indisch doof.

Wel schrijf ik op wat ik zie en hoor.

“Maar jullie hebben veel meer bloem!”

“Kijken”

“Maar dat geeft niet hoor.”

“Hij is ook ouder, daarom heeft hij meer.”

“Ja, ik ben ook ouder.”

Deze jongen gaat er maar al te graag mee akkoord dat het door zijn leeftijd komt. Dat is natuurlijk ook super belangrijk (als je vijf bent).

“Mogen we nu roeren?”

“Nee, je kunt beter kneden.”

“Dat kan niet, het is heel waterig.”

“Oh, bij ons niet.”

Even kort de opdracht die de kinderen, in tweetallen, krijgen:

Ze mogen water en bloem bij elkaar doen

Dat is (echt) alles.

Dit eerste groepje van zes kinderen is wel zo’n beetje klaar.

“Is het gelukt? Mag ik in jullie bakjes kijken?”

Ik ga mij er eens mee bemoeien

“hè?! Hebben jullie echt allemaal bloem en water bij elkaar gedaan?”

“Ja”

“Oh, maar ik zie helemaal niet hetzelfde in de bakjes. Hoe kan dat?”

“Dat weet ik! Wij hebben er veel meer water in gedaan. En zij hadden heel weinig bloem en zij juist heel veel.”

“En wordt het daar anders van?”

“Ja, en ik weet nog iets. Wij gingen heel anders kneden. Dan wordt het ook anders.”

“Jeetje, ja, nou, dat was eigenlijk helemaal niet mijn bedoeling.”

“Oh”

Ze kijken nu een beetje teleurgesteld, alsof het hun schuld is!

“Jullie hebben het goed gedaan hoor. Maar ik denk dat ik iets niet goed heb gedaan….”

“Ja, dat denk ik ook.”

Beter de juf dan ik, denkt deze dame waarschijnlijk.

“Ik vind dit wel een probleem hoor, daar moeten we het zo eens met de klas over hebben.”

“Oké, gaan we het dan oplossen juf?”

“Ja, laten we dat doen.”

bloem wetenschap en techniek onderwijs

En zo komen er steeds groepjes kinderen langs die bloem en water komen mengen. Bij elk groepje zorg ik dat het probleem goed besproken wordt.

En

Stuk voor stuk benoemen ze waar het probleem door veroorzaakt is:

Ze hebben (door de juf) niet evenveel bloem en water bij elkaar kunnen doen.

Er begint verder niemand over het kneden en of ze wel hetzelfde gedaan hebben. Dit kan ik in de grote kring straks nog even benadrukken.

Eenmaal in de kring

“Zo, weten jullie nog wat het probleem is?”

“Ja!”

“Fijn, laten we dan nu eens wat oplossingen gaan verzinnen.”

“Oké”

En ze gaan er eens lekker voor zitten (of in ieder geval een aantal)

Wat ze bedenken?

“Je moet even veel doen juf.”

“Hoe dan?”

“…”

Daar moeten ze nog even over nadenken

Wordt vervolgd!

Meer lezen:

Vies van Chemie?

Wat is Wetenschap?

Inspiratie halen uit 5 voorleesboeken, les ideeën voor de onderbouw

 

 

 

 

 

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief