Selecteer een pagina

“Hij doet niet wat ik wil!”
Dat is natuurlijk nooit leuk, maar in het geval van de Bee-bot lijkt het mij duidelijk aan wie dat ligt…
Nog even oefenen denk ik zo.

Bee-bot?
Oké, even in het kort: De Bee-bot is een programmeerbare robot.

Werken met een programmeerbare robot in de klas

Ik publiceer deze week een artikel in twee delen over de Bee-bot (naar deel 2). Er zijn ook andere robots die je kunt inzetten (bv. Pro-bot, Primo, Constructa-bot voor Lego of K’nex. Kijk maar eens rond op ictleskisten.nl) Ik heb nu vooral ervaring met de Bee-bot en de Blue-bot (via bluetooth te besturen) vandaar deze keuze.

Als kinderen gaan werken met een programmeerbare robot zie je dat ze dat op verschillende manieren doen. In deze reeks ga ik de verschillende aanpakken naar ontwikkelniveaus vertalen. Dit kan je houvast geven om kinderen uit te dagen voor het volgende niveau.

Bij de verschillende niveaus vind je suggesties om kinderen uit te dagen voor het volgende niveau en ook heb ik een aantal ideeën voor lessen genoemd die te gebruiken zijn voor groep 1 t/m 8.

In dit artikel vind je niveau 1 t/m 3. In het volgende artikel staan niveau 4 t/m 6 beschreven en benoem ik welke leerdoelen aan bod komen bij het werken met de Bee-bot. Daarbij ben ik begonnen met een woordenlijst voor het bewust uitbreiden van de woordenschat van de leerlingen.

(Aanvullingen zijn welkom!)

Werken met de Bee-bot op niveau (groep 1 t/m 8)

Om te beginnen de ontwikkelniveaus. Ik ga ervan uit dat vanaf de eerste kennismaking met de Bee-bot er gewerkt wordt met een doel. Dat wil zeggen er ligt ergens op het speelveld een plaatje waar de kinderen naar toe moeten rijden. Dit kan met of zonder bouwwerken, mat of opdrachtkaartjes.

Bee-bot lessen wetenschap en technologie onderwijs

Niveau 1 – Stapje voor Stapje

Jonge kinderen zie je vaak één knopje per keer indrukken. Ze overzien de route die de Bee-bot moet afleggen nog niet goed genoeg. Vooral als er een draai moet worden gemaakt raken ze in de war.

(De meeste mensen verwachten trouwens bij het gebruik van de draaiknop dat de Bee-bot een bocht maakt. Hij blijft echter op het zelfde vakje staan.)

Het is bij dit niveau belangrijk om in te schatten of het kind de stappen echt nog niet overziet of dat het kind wat voorzichtig van aard is. Vaak is het te voorzichtig, zou ik persoonlijk zeggen. Of dit aan de hand is ontdek je vrij gemakkelijk als je een gesprekje aanknoopt:

“Welke drie knopjes zouden nu handig zijn om achter elkaar in de drukken?”

Als je in een gesprekje merkt dat een kind al meer stappen vooruit kan denken, kun je hem of haar geruststellen:

“En als het nu per ongeluk mis gaat, is dat dan erg?”
(NEE!)

“Kun je jezelf dan verbeteren?”
(Ja, zo leer je, dat is wat we willen. Groei-mindset!)

“Wat kun je doen als er een foute stap tussen zit?”
(GO-knop is ook de knop waarmee je de Bee-bot weer stopt als hij bezig is.)

verwonderingskaartjes merel sprong onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpend leren

Niveau 2 – Los Bewegen en Draaien

Omdat het draaien vaak tot verwarring leidt (doordat de Bee-bot op hetzelfde vakje blijft) zie je kinderen het vooruit bewegen en draaien los van elkaar invoeren. Dat wil zeggen, ze draaien de Bee-bot eerst goed en daarna voeren ze meerdere stappen achter elkaar in tot het volgende draaimoment.

Sommige kinderen doen dit uit zichzelf. De kinderen die lang in niveau één blijven hangen kun je hiertoe uitdagen.

Mogelijke ondersteuning:

“Draai de Bee-bot eerst maar even de goede kant op.”
“Zo, en hoeveel stappen moet hij nu voor-/achteruit? Kun je dat in één keer invoeren?”

Niveau 3 – Meerdere Stappen

Bee-bot lessen wetenschap en technologie onderwijs

Als een kind het draaien en bewegen los van elkaar beheerst, zie je kinderen steeds meer stappen achter elkaar invoeren.

Afhankelijk van de moeilijkheid van de route kan het kind al veel knopjes achter elkaar indrukken.
(De moeilijkheid zit hem vooral in de hoeveelheid draaien die er in de route zitten).

Om van niveau twee naar niveau drie te komen, is het goed om het over de draaien tussendoor te hebben:

“Als je na die stappen op deze plek draait, naar welke kant wijzen de ogen van Bee-bot dan?”
“Moet hij dan voor- of achteruit?”
“Weet je ook hoeveel stappen?”
“Vul dat maar eens achter elkaar in, dan testen we het.”

 

Lees verder: Deel 2 over de Bee-bot

Lees meer:

Bee bot, Beebot, Bee bot, Beebot, Bee bot, Beebot, Bee bot, Beebot,

Bee bot, Beebot

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief