Selecteer een pagina

“Zullen we het spel met de schapen doen?”

“Welke is dat?”

“Het schapenspel!”

“Het schapenspel?”

“Ja, kijk deze bedoel ik.”

“Ja die met de schapen! Is goed.”

Het schapenspel is bij jullie waarschijnlijk beter bekend als Boter Kaas en Eieren of Drie op een rij. Terwijl ik vroeger eindeloos vakjes tekende en cirkels en kruizen plaatsten (ik had voorkeur voor kruisjes), zie je het spel nu zelfs met draai elementen in speeltuinen.

In de schapen uitvoering waar het hier over gaat is er een stenen(!) speelbord waarop vierkantjes grasland en zand staan afgebeeld. Verder zijn er witte en zwarte schapen (mijn voorkeur gaat tegenwoordig uit naar de witte schapen heb ik gemerkt, toch iets met het Zwarte Schaap vermoed ik..)

“Ik neem wit.”

“Oké en ik wil zwart.”

“Dat moet ook!”

“Nee, dat moet NIET!”

“Maar ik had toch al wit? Dan moet jij toch zwart.”

“Nee, dat MOET NIET.”

We hebben hier te maken met een leeftijdsverschil van twee jaar en dat maakt nogal wat uit in de communicatie zoals je merkt. Logisch redeneren moet de jongste nog leren.

Het gevoel dat iets moeten niet fijn is, zit er ook al jong in trouwens.

“Ik mag beginnen.”

“Ik mag ook beginnen!”

“We kunnen niet allebei beginnen.”

“Dan begin ik toch gewoon?”

“Maar ik heb wit en wit begint altijd.”

“Nee hoor. Nu begint zwart.”

“Nee, zo HOORT HET NIET!”

Spelen met spelregels, het is niet niks.

schapen wetenschap en technologie onderwijs

Ooit heb ik geleerd dat het leren spelen volgens afgesproken regels (regelspel) een fase is in de ontwikkeling van jonge kinderen.

En niet alleen het spelen volgens vaste regels is heel wat, persoonlijk vind ik ook het samen besluiten af te wijken van de regels erg waardevol. (Laatst bij Kolonisten nog opnieuw gedobbeld omdat we geen zin hadden in de struikrover.)

Als je aan een spel begint met allebei andere regels in je hoofd, geeft dat ook interessante wendingen.

“We kunnen dit spel niet spelen als je wit niet laat beginnen.”

“Oké, dan ben ik wit.”

“Nééhé!”

“Dan doe ik niet mee.”

“Zullen we dan één schaap omruilen?”

“JA!”

“Dan heb ik drie witte en één zwart schaap. Jij hebt het andersom.”

Als twee kinderen uit een andere ontwikkelingsfase samen spelen, ontstaan er vreemde wendingen. Maar de één leert vast wat regels zijn en de ander leert ongetwijfeld om ze flexibel te hanteren.

(en ze onthouden ook nog prima wie welk schaap op het bord heeft gezet.)

Lees meer:

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief