“Kijk mama, ik ben botten aan het opgraven!”

“Ik zie het.”

Mijn jongste zoon staat gewoon binnen aan de keukentafel. Niks geen echt gegraaf, hij krast de gouden kraslaag van een dinoplaatje. De oudste staat zijn nieuwe stapel te controleren.

(We moeten nog: 39, 69, 107, 144 en dan hebben we één van de twee boeken vol. Wil er iemand ruilen? Genoeg dubbelen in de aanbieding.)

Ik moet zeggen, ze hebben deze spaaractie weer mooi uitgewerkt. Niet dat ik de boodschappen nu bij de AH haal, maar genoeg familie die ons helpt. Ik haal trouwens sowieso nooit boodschappen, die taak hebben de heren hier in huis.

“Kijk, zijn staart is helemaal opgegraven.”

“Mooi hoor.”

“Maar mama?”

“Ja”

“Wie heeft die dino botten eigenlijk begraven?”

“Hoe bedoel je?”

“Wie heeft die dino botten in de aarde begraven? Ik bedoel de echte dino botten?”

Weer zoiets ‘logisch’ wat voor kinderen helemaal niet logisch is. Ik besluit geen antwoord te geven.

“Ja, wie zou dat gedaan hebben?! Ik heb geen idee.”

De oudste stopt met pakjes openscheuren. Hij denkt na.

“Ik denk dat niemand dat gedaan heeft.”

“Hoezo denk je dat?”

“Ik denk dat de botten vanzelf bedekt zijn. Er was vast een grote overstroming waardoor al het zand is verplaatst.”

“Oh ja, dat kan natuurlijk ook nog.”

Weer een probleem zelf opgelost. De jongste knikt bij deze verklaring en zegt:

“En toen waren ze heel lang al die botten kwijt en moesten ze overal graven. Daarom zijn de mensen in het museum nu zo blij, ze hebben ze weer gevonden!”

“Ja, zij verzamelen ook dino’s.”

“Maar het zijn geen sticker-botten hoor mama, ze zijn ECHT!”

Lees meer: dino dino

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief