Selecteer een pagina

Artikel 3 uit een serie over de 11 executieve functies

Een zaal vol onbekende binnenlopen. Er was een tijd dat ik het gewoon niet deed. Beter wegblijven dan afgewezen worden. Uiteindelijk bleek dat afgewezen worden wel erg mee te vallen. Je krijgt wel eens een vreemde blik toegeworpen die je negatief kan interpreteren, maar dat doe je helemaal zelf.

Nu scan ik snel de zaal en loop doelbewust op mijn uitgekozen stoel af. Daarna ga ik het liefst met mijn eigen spullen zitten rommelen. Zo overleef ik de grote massa onbekende en mijn eigen emoties wel!
 
Ga direct naar:

Emotieregulatie in het kortvoorbeeld uit de klaswat is het?5 tipsvoorbeelden goede en slechte ontwikkelingextra
 

  • Vermogen om je emoties onder controle te houden
  • Gedragsfunctie
  • Voor de eerste verjaardag wordt de basis al ontwikkeld
  • Goede ontwikkeling: beter in staat om doelen te bereiken, rustig blijven in emotioneel beladen situaties
  • Slechte ontwikkeling: last van angsten en frustratie

Na de gym wachten de kinderen (als het goed is bezweet) in het halletje.

Ze vervelen zich terwijl ik tussen de jongens- en meisjeskleedkamer heen en weer ren om iedereen aan te sporen en te helpen. Meestal met het zoeken naar kleding stukken.

Ik sta in de meisjes kleedkamer als ik iemand een hele harde schreeuw hoor geven.

Zo snel als ik kan sta ik in het halletje en zie een jongen heel boos in een hoekje staan.

Hij heeft zijn armen over elkaar.
Staat te stampvoeten.
Kijkt ontzettend boos en laat af en toe nog een schreeuw horen.

“Wat is er aan de hand?”

“Grrrr”

“Als je wilt dat ik je help moet je even gewoon gaan praten.”

“NEE!”

Oké, dit wordt niks. Dan doe ik ook wel niks.

Maar dan is daar de rest van de klas.

“Hij wilde met mij in de rij, maar ik loop al met Teun.”
“Ja, en toen duwde hij mij aan de kant.”
“En stond op mijn teen.”
“Terwijl hij in mijn oor schreeuwde.”

Meneer Boos, oftewel Rick, heeft het inderdaad niet handig aangepakt, maar ik heb niet het idee dat dit gesprek achter zijn rug hem gaat helpen.

“Weet je, we lopen nu eerst maar eens naar school terug.”

“NEE!” (dit komt uit richting van Rick, ik durf niet te kijken.
Dit zijn van die momenten dat je maar hoopt dat het niet te ingewikkeld wordt.

Ik met de klas naar buiten en… nee hè… Rick loopt niet met ons mee.

Bah

Tegen de klas: “Loop maar rustig naar het plein en speel daar nog maar even.”

Tegen Rick: “Ik vind het prima als je nog boos bent, maar ik verwacht wel dat je even meeloopt naar de klas.”

“Ik wil niet naar de kinderen, ze zijn allemaal STOM!!!!”

“De kinderen zijn even aan het spelen. Kom, dan lopen wij naar een bankje.”

Gelukkig, hij gaat mee!

Op het bankje wordt hij iets rustiger en we kunnen uiteindelijk praten.

Afgewezen worden, het is ook niet leuk…
 
erwonderingskaartjes merel sprong onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpend leren

Emotieregulatie is niks anders dan het vermogen om je eigen emoties de baas te blijven. Onze emoties kunnen vreselijk in de weg zitten. Denk maar aan angst om te falen. Maar ook frustratie en teleurstelling zijn erg vervelend. De doelen die we willen bereiken kunnen zo erg onbereikbaar lijken.

Daarnaast kun je ook last krijgen van sociale problemen als je emotieregulatie slecht is. Denk maar aan het jongetje uit het voorbeeld hierboven. Vriendjes maken en vooral houden is best lastig. Hij kon andere kinderen best bang maken en hield weinig rekening met klasgenoten.

Maar emotieregulatie betekent ook dat je positieve emoties kunt gebruiken om dóór te zetten en dat je ze kunt gebruiken om moeilijke periodes door te komen.

De ontwikkeling van emotieregulatie begint al voor de eerste verjaardag. Een baby leert om zichzelf te troosten als zijn behoeftes niet direct bevredigd worden. Wat natuurlijk best wel eens gebeurt, ouders kunnen en willen lang niet altijd hetzelfde als hun kind.
 

  1. Jonge kinderen hebben ondersteuning nodig bij emotieregulatie. Accepteer dit en probeer geduldig te zijn.
  2. Zorg voor overzichtelijke routines. Je past zo de omgeving aan zodat het kind de controle kan houden.
  3. Maar ja, soms wil je gewoon afwijken van de routine. Flexibiliteit is ook een executieve functie! Maar vergeet dan niet het kind te vertellen wat er anders zal gaan en het liefst ook waarom.
  4. Alle emotionele situaties voorkomen is een onmogelijk streven. Probeer het kind strategieën te leren om er mee om te gaan. Spreek een signaal af als een kind even alleen wil zijn bijvoorbeeld. Maar ook het aanleren van ontspanningstechnieken is een goede optie.
  5. Stel een stappenplan of checklist op met het kind om probleemsituaties door te komen. Alleen al het (samen) controleren van het stappenplan kan rustgevend werken.

49 emotieregulatie leren leren1
 

  • Kunnen bemiddelen tussen andere kinderen zonder zelf emotioneel te worden.
  • Een nieuwe klas binnenstappen waar je niemand kent
  • Flexibel zijn als de plannen veranderen
  • Kunnen relativeren (“Nou gelukkig was het maar een sleutelhanger die ik kwijt ben en niet de sleutel zelf”)

Voorbeelden slecht ontwikkelde emotieregulatie

  • Woedend zijn als je verliest bij een spelletje
  • Gefrustreerd raken van moeilijke taken
  • Dichtklappen bij het krijgen van de beurt in de kring
  • Niet in staat een compromis te sluiten.

 

Ik maak bewust gebruik van het woord emotie en niet van gevoel.

In het dagelijks leven gebruik ik ze lekker door elkaar, maar ze blijken toch echt verschillend te zijn.

Een emotie is een lichamelijk signaal, bijvoorbeeld als er iets niet in orde is. Je hartslag verandert, je kan gaan zweten en je stem trilt misschien.

Een gevoel is dan weer onze interpretatie van deze lichamelijke signalen.

Even een voorbeeld?

Stel je ogen gaan tranen.
Afhankelijk van wat er verder lichamelijk met je gebeurt, herken je dit zelf als verdriet, tranen van geluk of er zit gewoon een vuiltje in je oog.

Dit was artikel 3 uit een reeks over de 11 executieve functies

    Dit was artikel 11 uit een reeks over de 11 executieve functies

    1. Respons inhibitie
    2. Werkgeheugen
    3. Emotieregulatie
    4. Volgehouden aandacht
    5. Taakinitiatie
    6. Planning
    7. Organisatie
    8. Timemanagement
    9. Flexibiliteit
    10. Doelgericht gedrag
    11. Metacognitie

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief