Selecteer een pagina

Artikel 10 uit een serie over de 11 executieve functies

Iemand de niet doorzet, krijgt nooit zelfvertrouwen.
Dit las ik van de week en daar moest ik even over nadenken. Als je niet het gevoel hebt dat je iets bereikt, kun je dan trots zijn op jezelf? Moeite doen voor iets wat je graag wilt, geeft mij zeker een goed gevoel. We zijn behoorlijk bescheiden in Nederland en het woord trots heeft niet altijd een positieve betekenis. We koppelen het vaak aan ijdel zijn en naast je schoenen lopen. Benoemen wat we goed doen is niet gebruikelijk.
Wordt het niet eens tijd om het trots op jezelf zijn te herwaarderen?

Ga direct naar:

Doelgericht gedrag in het kortvoorbeeld uit de klaswat is het?6 tipsvoorbeelden goede en slechte ontwikkeling
 

  • Vermogen om realistische doelen te stellen en die te behalen door gericht aan deze doelen te werken.
  • Gedragfunctie
  • De ontwikkeling start tussen de voorschoolse periode en de onderbouw.
  • Goede ontwikkeling: regelmatig aflossen zodat je uiteindelijk je hypotheek kan afbetalen.
  • Slechte ontwikkeling: wel een promotie willen op het werk, maar geen passend gedrag vertonen om te laten zien wat je kunt.

 

“Juf, wil je hier nietjes in doen?”
“Wat ga je met al die papiertjes doen dan?”
“Ik ga een boek maken.”
“Oké, ik zal er twee nietjes in doen. Waar ga je een boek over maken?”
“Over een ridder met een kasteel.”
 
Drie A4-tje heeft Teun gepakt en als stapeltje dubbelgevouwen. Drie blaadjes is te overzien. Ik heb wel eens kinderen in de klas gehad die grotere ambities hadden. Ik weet nog niet wat Teun precies van plan is, we gaan het zien.
 
“Juf, hoe teken je een paard?”
“Wat heeft een paard allemaal?”
“Een hoofd, een staart en benen.”
“Waar wil je mee beginnen?”
“Mag ik misschien een plaatje opzoeken van een paard? Dan kan ik hem natekenen?”
“Ja, dat is prima.”
 
Goed begin als je het mij vraagt. Duidelijk doel, duidelijke aanpak. Ik ga eens bij de andere kinderen kijken.
 
Wat later kan ik Teun niet direct vinden. Hij blijkt in de boekenhoek te zitten.
 
“Hoe gaat het met je boek?”
“Oh, die heb ik in de mee naar huis bak gedaan.”
“Is hij al af?”
“Nee, ik kan geen boeken maken, ik kijk nu liever boeken.”
 

Doelgericht gedrag is het vermogen om gestelde doelen ook daadwerkelijk te behalen. Mensen die doelgericht gedrag vertonen zijn zich heel bewust van hun eigen aandeel in het behalen van doelen. Ze trainen de gewenste vaardigheden, investeren tijd in het opdoen van kennis en kijken kritisch of ze op de goede weg zijn. Daarnaast zijn ze goed in het stellen van realistische doelen zodat het behalen ervan nog meer binnen hun bereik ligt.
 
Bij de ontwikkeling van doelgericht gedrag gaat het in eerste instantie gaat om korte doelen die door volwassen benoemd worden. Het niet vergeten van het ophangen van je jas aan de kapstok is al een doel waar je naar toe kan werken. Maar denk ook aan het maken van een puzzel of het in elkaar zetten van een Legoset.
 
Door kinderen feedback te geven op de investering die ze doen om deze doelen te bereiken, gaan ze hun eigen rol in het geheel in zien. Daarnaast is het goed om steeds vaker samen met kinderen doelen te formuleren en vooral ook te evalueren of ze realistisch waren. Zo ontwikkelen ze een eigen inschattingsvermogen die past bij wat ze aankunnen.

 

  1. Vertoon zelf doelgericht gedrag. Deel een persoonlijk doel met de kinderen en geef ze inzicht in je strategieën. Vertel wat er goed en niet goed gaat. Ook jij leert nog steeds, geef dat als voorbeeld.
  2. Moedig kinderen aan om door te zetten. Doe dit door complimenten te geven op het positieve gedrag dat ze vertonen om hun doel te bereiken (denk aan de groeimindset van Carol Dweck!). Uiteindelijk gaat het meer om de weg naar het doel toe, dan om het uiteindelijke behalen ervan.
  3. Hou samen met de kinderen in de gaten of de doelen realistisch zijn. Probeer vooraf al een gesprek hierover te voeren, maar het kan best dat in eerste instantie het gesprek achteraf zinvoller is. Dit betekent wel dat er eerst een doel niet gehaald moet zijn om te kunnen spreken over de term realistisch. “Kan dat eigenlijk, in één dag leren lezen?”
  4. Werk eventueel met tussendoelen als het einddoel qua tijd ver vooruit is (denk aan een vaststaand toetsmoment dat niet naar voren kan worden gehaald).
  5. Daag kinderen uit om aan steeds verder liggende doelen te werken. Een doel in een dag halen is mooi, lukt het daarna in drie dagen? Er zullen een aantal onderbrekingen zijn in de tijd die je aan het doel kan besteden. Terugkeren naar je hoofddoel, naar de taak, is dan de nieuwe uitdaging.
  6. Werk eventueel met een beloning. Bepaal als het kan met de kinderen zelf de beloning. Ga niet zomaar met een beloning werken, de intrinsieke motivatie kan al groot genoeg zijn. Daarnaast is tegen kinderen die een doel gehaald hebben zeggen dat ze ontzettend trots mogen zijn op zichzelf, ook een prachtige beloning!

doelgericht wetenschap en technologie onderwijs

  • Twee jaar sparen voor een elektrische trein.
  • Na een pauze de taak weer oppakken, bijvoorbeeld doorgaan met een moeilijke puzzel.
  • Een nieuwe voetbaltruc onder de knie krijgen door dagelijks kort te oefenen.

Voorbeelden slecht ontwikkeld doelgericht gedrag

  • Heel zwart-wit denken: “ik ben gewoon niet goed in rekenen” en dan stoppen het te proberen. Ik kan het of ik kan het niet.
  • Wel willen spelen met de nieuwe speelkar op het schoolplein, maar geen stappen ondernemen om dit ook daadwerkelijk te realiseren. Zo blijven andere kinderen steeds weer aan de beurt komen.
  • Elk kwartaal wel een nieuwe hobby uitproberen. Uiteindelijk nergens in doorzetten.

 
erwonderingskaartjes merel sprong onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpend leren

Dit was artikel 10 uit een reeks over de 11 executieve functies

1. Respons inhibitie
2. Werkgeheugen
3. Emotieregulatie
4. Volgehouden aandacht
5. Taakinitiatie
6. Planning
7. Organisatie
8. Timemanagement
9. Flexibiliteit
10. Doelgericht gedrag
11. Metacognitie

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief