Selecteer een pagina

Dit is het negende deel van een serie van 10 met creatieve ideeën voor in de klas, thuis of op vakantie.

In deze blogserie heb ik een aantal oefeningen verzameld die het creatieve denken stimuleren. Elke week zal ik de oefeningen net een andere invulling geven zodat je een verzameling krijgt van mogelijkheden binnen dezelfde oefening.

De oefeningen stimuleren de fase van het divergent denken

Wil je hier meer over weten? Lees dan de inleiding van creatief denken & doen deel 1

verwonderingskaartjes merel sprong onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpend leren

Uitgangspunten bij de oefeningen:

  1. Stel je oordeel uit! Het is niet toegestaan om (nu al) te analyseren, te beoordelen en te discussiëren.
  2. Lift mee op de ideeën van anderen. Samen kom je verder.
  3. Geef naïeve ideeën een kans. Niks veroordelen dus!
  4. Bedenk zoveel mogelijk antwoorden en/of ideeën per oefeningen. Het gaat nu eens om kwantiteit ipv kwaliteit!

Oefeningen in creatief denken (1 t/m 6)

1 De fotovraag

Bekijk de onderstaande foto en lees de vragen eronder

Bedenk zo veel mogelijk antwoorden:

Wat was het?
Wat is er gebeurt?

2 Wat kun je met …?

Maak een zo lang mogelijk lijst over wat je allemaal kunt met:

Water

water creatief denken en doen onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpen leren

3 Afval hergebruiken

Vergelijkbaar met de vorige oefening. Wat kun je toch nog allemaal met het afvalproduct:

Eén of meerdere plastic doppen

Maak weer een zo lang mogelijke lijst.

doppen creatief denken en doen onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpen leren

4 Wat als je elke dag ….

Stel je voor dat je elke dag een uur zo snel was als een raket, wat zou je doen?

raket creatief denken en doen onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpen leren

5 Waar denk je aan?

Waar denk je aan bij het woord spelen?

spelen creatief denken en doen onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpen leren

6 Verbind de woorden

Hieronder staan drie woorden. Kun jij die woorden aan elkaar verbinden in een (redelijk) logisch verhaaltje? Of stel de vraag: zou kunnen deze woorden met elkaar te maken hebben?

Het gaat steeds om een wie (mens of dier) een wat (voorwerp) en een waar (locatie).

De postbode, een aardappel, de school

postbode creatief denken en doen onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpen leren

Lees verder in de serie:

verwonderingskaartjes merel sprong onderwijs met stijl onderzoekend leren ontwerpend leren

Ja, handig!

Ontvang elke week een inspirerend lesidee in de nieuwsbrief